Toerisme
Klik hier als u toerist bent

Verkiezing 2013
Kiezerslijst

Formulier
Arubahuis

Español

Papiamento

Aruba en het Koninkrijk

Staatkundige structuur van Aruba en het Koninkrijk der Nederlanden

Historie | Staatsrecht | Grondwet | De Koning en de Gouverneur | Monarchie | Ministers en regering| Wetgeving | Controle | Bronvermelding

Historie

De naam Aruba is waarschijnlijk afkomstig uit de Arawak taal die tegenwoordig volledig is uitgestorven. De naam Aruba kwam het eerst voor in een historisch document uit 1526. Het is nooit duidelijk geworden of het eiland haar naam heeft te danken aan haar inwoners of andersom.
 
Alonso de OjedaDe eerste bewoners van Aruba waren de Caquetios indianen van de Arawak volksstam.
In 1499 landde de eerste Europeaan op de Arubaanse stranden, de Spaanse ontdekkingsreiziger Alonso de Ojeda.
Rond 1515 werden de indianen door de Spanjaarden naar de Dominicaanse Republiek gedeporteerd, waar ze als slaven in de kopermijnen en plantages moesten werken. Van het vasteland kwamen Indianen naar Aruba. In 1526 zou Juan d’Ampues, een Spaanse bestuurder, begonnen zijn met de herbevolking van Aruba.

Stam van Arawak IndianenIn 1636, tijdens het hoogtepunt in de Tachtigjarige Oorlog tussen Nederland en Spanje, hebben de Nederlanders Aruba veroverd door Johannes van Walbeeck voor de West Indische Compagnie. Bij de komst van de Hollanders verlieten de meeste Indianen het eiland en trokken naar het vaste land. De West Indische Compagnie bestemde Aruba tot veeplantage voor voedselvoorziening van Curaçao. De bevolking bestond tijdens de tweede helft van de 17 de eeuw en de 18 de eeuw merendeels uit indianen.

West-Indisch Huis in AmsterdamDe lokale vertegenwoordiger van de West Indische Compagnie was de commandeur. Het overkoepelende gezag werd uitgeoefend door een Directeur die benoemd werd door de Heren XIX (bestuurders van de W.I.C.) onder goedkeuring van de Staten-Generaal. De Directeur was ondergeschikt aan het gezag van de “hoge regering” een college van bestuurders van de West Indische Compagnie kolonie in Brazilie.

In de periode van 1804-1806 werd Aruba afwisselend bezet door Nederland, Engeland, Frankrijk en de Venezolaanse generaal Francisco de Miranda. In 1805, tijdens de Napoleontische Oorlogen, kregen de Engelsen even de macht over het eiland. In 1816 werd Aruba teruggeven aan de Nederlanders.

Nadat de Engelsen in 1816 Aruba teruggaven aan Nederland viel het opperbestuur toe aan de koning. De Boven- en Benedenwinden vormden twee aparte koloniën. In 1828 werden ze met Suriname samengevoegd en vanuit Paramaribo bestuurd. Twintig jaar later, in 1848 werd een nieuwe grondwet van kracht en de macht van de burgers vergroot.

Een nieuw reglement voor Curaçao en de vijf onderhorige eilanden werd in 1865 van kracht. De hoogste gezaghebber ter plaatse werd de gouverneur op Curaçao. In tegenstelling tot Suriname kregen de Antillen geen gekozen volksvertegenwoordiging op koloniaal niveau.

Op Aruba was voortaan het lokale bestuur in handen van een gezaghebber. Hij werd bijgestaan door twee landraden. De landraden werden door de stemgerechtigde ingezetenen voor vier jaar gekozen. De gezaghebber en de twee landraden werden de “Raad van Politie” genoemd. Zij voerden het dagelijkse bestuur over Aruba en waren verantwoording aan het gezag op Curaçao verschuldigd.
Deze staatkundige constructie zou in werking blijven tot 1936 toen de “Staten van Curaçao” opgericht werden en op Aruba de eerste schermutselingen rond de positie van het eiland binnen het Koninkrijk aan de gang waren.

De taakverdeling tussen de koloniale overheid en de eilanden was niet concreet geregeld. Op Aruba bestond hieraan een duidelijke behoefte. Reeds in 1933 was de eerste roep om decentralisatie hoorbaar geweest, toen de Raad van Politie van Aruba de Kroon verzocht de kolonie te reorganiseren met een grotere autonomie voor de eilanden.

Het Staatsreglement van 1936 en het Kiesreglement van 1937 kunnen gezien worden als het (negatief) Nederlandse antwoord op het verzoek van de Raad van Politie. Na de invoering van de Staatsreglement van 1936 bepaalde het Kiesreglement van 1937 dat zes van de tien Statenleden door Curaçao afgevaardigd werden, twee door Aruba, één door Bonaire en één door de drie Bovenwindse eilanden.

Op 6 december 1942 hield koningin Wilhelmina een historische rede, waarin zij de Koningin Wilhelminaoverzeese gebiedsdelen na afloop van de Tweede Wereldoorlog een grotere autonomie in het vooruitzicht stelde. Nog tijdens de oorlog begon de Commissie Oppenheim aan de inventarisatie van de staatkundige wensen van de Antilliaanse bevolking. De commissie kwam tot de conclusie dat Aruba’s wensen voor een grotere zelfstandigheid beslist niet ongegrond waren en stelde voor om de eilandelijke autonomie en de eilandelijke bevoegdheden in de toekomst te vergroten. 

Op 30 juli 1947 richten 95 prominente Arubanen zich via de Raad van Politie tot de Staten met het verzoek aan de Kroon door te geven dat zij in de toekomst, onafhankelijk van Curaçao een eigen status binnen het Koninkrijk wensten. Een op Aruba ingestelde afscheidingscommissie moest deze status verder uitwerken, waarbij zij officieel de staatkundige wensen van de bevolking behoorde te verwoorden. Tegen de bevindingen van de Commissie Oppenheim waren zoveel weerstand dat het ontwerp staatsregeling ingetrokken werd.

In 1948 werd de Commissie Aruba/Curaçao onder voorzitterschap van van Poelje ingesteld. De commissie had tot taak zich uit te spreken over de mate waarin Aruba in de nieuwe rechtsorde een afzonderlijke positie verleend kon worden. Doordat Aruba akkoord ging met de grondwetwijziging van 1948 en met de resultaten van de Ronde Tafel Conferentie van 1948 was een afscheiding van Curaçao grondwettelijk onmogelijk geworden. De Antillen van 6 eilanden waren één geworden en ondeelbaar verklaard.

In verband met de Indonesische onafhankelijkheid was het niet mogelijk om verder te werken aan de toekomstige betrekkingen tussen Nederland en de gebiedsdelen in de west. In 1949 werd besloten om een Interimregeling in te voeren. Bij het opstellen van de Interimregeling heeft Nederland beloofd rekening te zullen houden met de ideeën uit het rapport van de Commissie van Poelje. In de Interimregeling werd opgenomen dat het aantal zetels uitgebreid wordt tot 22 zetels. De zetelverdeling werd 12 voor Curaçao, 8 voor Aruba, 1 voor Bonaire en 1 voor de Bovenwindse Eilanden. De afbakening van de bevoegdheden van de eilanden en het land werd niet aangegeven in de Interimregeling.

De eilandelijke bevoegdheden werd in 1951 in de Eilanden Regeling Nederlandse Antillen geregeld. De autonomie van de vier eilandgebieden Aruba, Curaçao, Bonaire en de Bovenwindse Eilanden had het Nederlandse gemeentemodel. De beslissingsbevoegdheden van het eilandgebied Aruba zijn beperkt. De Staten blijven de politieke speelruimte van Aruba bepalen.

Ter voorbereiding voor de invoering van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden werden de Ronde Tafel Conferenties gehouden. In 1954 is het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden tot stand gekomen. Bij het opstellen van de Staatsreglement van de Nederlandse Antillen, die de staatsinrichting van het land bepaalde, werden de hoofdbeginselen van de Eilanden Regeling Nederlandse Antillen opnieuw bekrachtigd.

Koningin Juliana ondertekende in 1954 het StatuutDoor de totstandkoming van het Statuut bestond het Koninkrijk der Nederlanden uit drie landen Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen, met aan het hoofd de Koningin. Het hoogste bestuurlijke orgaan werd de Koninkrijksregering, die bestond uit de voltallige Nederlandse ministerraad, de gevolmachtigde minister van Suriname en de gevolmachtigde minister van de Nederlandse Antillen. De overzeese landen van het koninkrijk verkregen zelfbestuur. Een aantal zaken en gemeenschappelijke belangen werden door de Koninkrijksregering behandeld, zoals de handhaving van de onafhankelijkheid, de verdediging van het Koninkrijk, de buitenlandse betrekkingen, de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van het bestuur.

Het Land de Nederlandse Antillen bestond voortaan uit de vier eilandgebieden Aruba,Autonomiemonument op Curacao Curaçao, Bonaire en de Bovenwindse Eilanden. De gouverneur werd de hoogste gezagsdrager die op voordracht van de volksvertegenwoordiging door de Kroon voor een periode van zes jaar benoemd werd. De volksvertegenwoordiging, de Staten van de Nederlandse Antillen, telde 22 zetels, waarvan twaalf voor Curaçao, acht voor Aruba, één voor Bonaire en één voor de gezamenlijke Bovenwindse Eilanden.
De volksvertegenwoordiging van de Nederlandse Antillen is een éénkamerstelsel. Door de bevolking van de Eilandgebieden worden de afgevaardigden van de Staten voor vier jaar gekozen.

De Eilandgebieden van de Nederlandse Antillen kregen een gekozen Eilandsraad. Op Aruba bestond deze uit 21 leden die door de bevolking voor 4 jaar werden gekozen. De Eilandsraad werd voorgezeten door de gezaghebber. De gezaghebber werd door de Kroon benoemd. Door de Eilandsraad werd een bestuurscollege benoemd dat tenminste uit twee en maximaal zes gedeputeerden bestond. Het Bestuurscollege werd eveneens door de gezaghebber voorgezeten. De gedeputeerden waren belast met het dagelijkse bestuur van Aruba.

TDebat in de Tweede Kamer in 1985 over Arubaot 1986 bepaalden de Eilanden Regeling Nederlandse Antillen, het Statuut en het Staatsreglement het staats- en volkenrechtelijke kader waarin Aruba participeerde.
Nadat Suriname in 1975 onafhankelijk werd, bestond het Koninkrijk der Nederlanden uit twee afzonderlijke landen, Nederland en de Nederlandse Antillen. In 1983 werd op de Ronde Tafel Conferentie van 1983 het zelfbeschikkingsrecht van alle eilanden erkend.

Op 1 januari 1986 kreeg Aruba de ‘status aparte’ binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Het Koninkrijk bestaat weer uit drie landen, namelijk Nederland, Aruba en de Nederlandse Antillen. Aruba trad in dat jaar uit het Antilliaanse staatsverband, waardoor Aruba het derde land binnen het Koninkrijk werd.

Met de verkregen status aparte heeft Aruba een eigen volksvertegenwoordiging, de StatenDe eerste gouverneur van Aruba F.B. Tromp van Aruba en een eigen gouverneur. De staten worden voorgezeten door de Statenvoorzitter. De regering van Aruba wordt gevormd door de ministers en de gouverneur.

In 1990 liet de minister van Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken, Hirsch Ballin in zijn “Schets voor een Gemenebestconstructie” weten dat Aruba niet meer onafhankelijk zou hoeven te worden in 1996. 

Na de Status Aparte van Aruba werd in de Nederlandse Antillen koortsachtig gezocht naar een nieuw staatkundig verband.

Sindsdien is er veel gediscussieerd over hoe het Koninkrijk verder moest. Vanaf 2004 zijn de politieke perspectieven opnieuw gewijzigd. De eilanden willen los van elkaar en hielden in 2004 en 2005 referenda. Curaçao en Sint Maarten opteerden voor de status aparte. Bonaire en Saba wensten directe banden met Nederland. Sint Eustatius wenste de Antillen van de vijf te behouden maar opteerde uiteindelijk ook voor directe banden met Nederland.

Op 2 november 2006 werd in de Slotverklaring tussen Nederland en de Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten ondertekend. In de overeenkomst is opgenomen dat Nederland 80 procent van de Antilliaanse staatsschuld overneemt (ongeveer 2,4 miljard euro). De eilanden van de Nederlandse Antillen kunnen daarna elk voor zich een nieuwe relatie met Nederland aangaan. De eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba worden een bijzondere gemeente van Nederland. Sint Maarten en Curaçao willen een relatie als autonoom eiland met Nederland. Met de afwijzing door de Eilandsraad van Curaçao heeft dit proces van staatkundige vernieuwing aanzienlijke vertraging opgelopen. In het akkoord is opgenomen dat Den Haag invloed houdt op financieel en justitieel gebied in Sint Maarten en Curaçao. Dit bleek voor de Curaçaose politici onaanvaardbaar.

Nederlandse Antillen op 10 oktober 2010 opgeheven
Het Antilliaanse staatsverband is per 10 oktober 2010 opgeheven.
Nadat Aruba op 1 januari 1986 haar eigen Status Aparte kreeg en uit het Antilliaanse staatsverband vertrok, vormden de eilandgebieden van Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba samen het land de Nederlandse Antillen.
Curaçao en Sint Maarten gaan  verder als zelfstandige landen binnen het Nederlandse koninkrijk, terwijl Bonaire, Sint-Eustatius en Saba als ‘openbare lichamen’, bijzondere gemeentes, opgenomen worden bij Nederland.
Het Koninkrijk der Nederlanden bestaat nu uit vier landen: Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland.

De heer Gerrit F. Schotte werd de eerste minister-president van het Land Curaçao en de eerste minister-president van het Land Sint-Maarten is mw. Sarah Wescott-Williams.
De eerste gouverneur van het Land Curaçao werd de heer mr. Frits M. de los Santos Goedgedrag en de eerste gouverneur van het Land Sint Maarten is de heer drs. Eugène B. Holiday.
Curaçao en Sint Maarten hebben nu ook hun eigen volksvertegenwoordiging, de Staten van Curaçao en de Staten van Sint Maarten.

De drie eilanden (openbare lichamen) Bonaire, Sint Eustatius en Saba lijken qua wet- en regelgeving veel op Nederlandse gemeenten. Mr. dr. Glenn A.E. Thodé werd de eerste gezaghebber van Bonaire. Lt. Governor van Sint-Eustatius is mr. Gerald Berkel en de eerste Lt. Governor van Saba is de heer Jonathan Johnson. 

Terug naar boven

Het staatsrecht

Het staatsrecht beschrijft de organisatie van de staat. Het omvat de regels die voorschrijven hoe de overheidsorganen samengesteld worden, op welke manier ze besluiten moeten nemen en tegenover wie ze verantwoording moeten afleggen. Nederland heeft drie bestuursniveaus: de centrale regering (het rijk); de provincies en de gemeenten (inclusief de bijzondere gemeentes Bonaire, St. Eustatius en Saba).  Aruba, Curaçao en Sint Maarten kennen één bestuursniveau: het land.

Terug naar boven

De Grondwet

De Grondwet van het Koninkrijk is het Statuut én een deel van de Grondwet. Tussen Aruba en de voormalige Nederlandese Antillen (Curaçao en Sint Maarten en de BES eilanden) geldt sinds 1986 de Samenwerkingsregeling. Nederland (met de bijzondere gemeentes Bonaire St. Eustatius en Saba) heeft een Grondwet, Aruba, Curaçao en Sint Maarten hebben hun eigen Staatsregeling. De grondrechten zijn belangrijk en gelden voor elke burger. Ze staan in hoofdstuk I van de Staatsregeling.

Terug naar boven

De Koning en de Gouverneur

Zijne Majesteit Koning Willem-AlexanderDe Nederlandse Koning is hoofd van het Koninkrijk en van de drie landen afzonderlijk, die samen het Koninkrijk vormen. Omdat de Koning  in Nederland woont, wordt hij in Curaçao en Sint Maarten en Aruba, vertegenwoordigd door een Gouverneur.  Curaçao en Sint Maarten en Aruba hebben een Gouverneur, die de Koning vertegenwoordigt als hoofd van regering.
Ook vertegenwoordigt de Gouverneur de Koning als hoofd van de Koninkrijksregering. In die functie controleert hij als ‘koninkrijksorgaan’ of de regering alles wel volgens de wettelijke regels doet. Zijn taken als hoofd van de regering staan in de Staatsregeling. Zijn controlerende taken als ‘koninkrijksorgaan’ staan in het Reglement voor de Gouverneur.

De Nederlandse ministerraad fungeert als ministerraad voor het Koninkrijk, aangevuld met Gevolmachtigde ministers van Aruba. Curaçao en Sint Maarten. Aangelegenheden van het Koninkrijk zijn: de handhaving van de onafhankelijkheid en de verdediging van het Koninkrijk; de buitenlandse betrekkingen; het Nederlanderschap; de regeling van de ridderorden alsmede van de vlag en het wapen van het Koninkrijk; de regeling van de nationaliteit van schepen en het stellen van eisen met betrekking tot de navigatie van zeeschepen, die de vlag van het Koninkrijk voeren, met uitzondering van zeilschepen; het toezicht op de algemene regels betreffende toelating en uitzetting van Nederlanders; het stellen van algemene voorwaarden voor toelating en uitzetting van vreemdelingen en de uitlevering. Daarnaast kunnen andere onderwerpen in gemeen overleg tot aangelegenheden van het Koninkrijk worden verklaard.

Artikel 43 van het Statuut bepaalt verder dat het waarborgen van de fundamentele menselijke rechten en vrijheden, de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van bestuur aangelegenheid is van het Koninkrijk.

Terug naar boven

De constitutionele monarchieRijkswapen van het Koninkrijk der Nederlanden

Het Koninkrijk der Nederlanden is een constitutionele monarchie met een parlementair stelsel. Dit betekent dat de koning of koningin aan het hoofd staat. Een parlementair stelsel houdt in dat een land wordt geregeerd door een gekozen volksvertegenwoordiging. Het volk kan stemmen op de personen die zij graag als vertegenwoordigers van het volk zien optreden. In Aruba heten onze volksvertegenwoordigers Statenleden.

De leden van het koninklijk huis zijn onschendbaar en alleen de ministers zijn verantwoordelijk. Deze onschendbaarheid geldt alleen als de ministers deze verantwoordelijkheid willen dragen (de ministeriële verantwoordelijkheid). De Koning(in) kan alleen politieke uitspraken doen als de minister-president hier toestemming voor geeft. Dat geldt ook voor de Gouverneur. De Gouverneur is ook onschendbaar als Landsorgaan, hij staat aan het hoofd van de Arubaanse regering, namens de Koningin.

Omdat de Koning(in) deel uit maakt van de regering heeft zij het recht om advies te geven aan de minister-president, dit geldt ook voor de Gouverneur als hoofd van de Arubaanse regering. De minister-president van Aruba vergadert regelmatig met de Gouverneur.

Terug naar boven

Ministers en regering

De ministers worden geleid door de minister-president, die ook de voorzitter is van de ministerraad. Iedere minister houdt zich met een specifiek onderdeel van de regering bezig. Zij zijn het politiek hoofd van hun departement (ministerie). De ministers overleggen met elkaar over bepaalde besluiten en uiteindelijk moet dit leiden tot een kabinetsbeleid. De regering bestaat uit de ministers en de Gouverneur. De minister(s) en de Gouverneur vormen de uitvoerende macht in Aruba. De Staten vormen de wetgevende macht samen met de regering.

Staten

In Aruba bestaat het parlement uit 21 Statenleden die om de vier jaar gekozen worden tijdens de verkiezingen.

Scheiding van machten

Om het land goed te kunnen besturen bestaat er een scheiding van machten binnen het landsbestuur. De Staten maken samen met de regering de wetten (wetgevende macht). De regering (de Gouverneur en de ministers) voert die wetten uit (uitvoerende macht) en de rechter oordeelt of de wettelijke regels wel goed worden toegepast.

De rol van de regering en de ministerraad

Het land wordt bestuurd (uitvoerende macht) door de ministerraad, geleid door de minister president. Iedere minister houdt zich bezig met een specifiek onderdeel van de regering en is daarmee het politieke hoofd van zijn eigen ministerie. Er vindt overleg plaats tussen ministers over bepaalde besluiten, dat leidt uiteindelijk tot een kabinetsbeleid. De ministers en de Gouverneur vormen de regering.

Terug naar boven

Wetgeving

De basis van het bestuur van een land zijn de wettelijke regels. Als een land een rechtsstaat is betekent dat de wetten worden nageleefd. Ook gelden de wetten voor iedereen op dezelfde manier. De wettelijke regels van toepassing in een land zijn verschillend van aard. Een lagere regeling mag nooit in strijd zijn met een hogere regeling. Een landsverordening mag niet in strijd zijn met de grondrechten die in hoofdstuk I van de Staatsregeling staan of met een verdrag dat het koninkrijk heeft gesloten met andere landen (bijvoorbeeld het Vluchtelingenverdrag). De volgorde van de regelingen van hoog naar laag is als volgt:

  • Verdragsregels;
  • Statuut;
  • Grondwet (gedeeltelijk);
  • Rijksregelgeving (van het Koninkrijk);
  • Samenwerkingsregeling;
  • Staatsregeling Aruba;
  • Landsverordening;
  • Landsbesluit houdende algemene maatregelen (ham);
  • Landsbesluiten en ministeriële regelingen.

Wetgeving

 Terug naar boven

Controle op het overheidshandelen

Controle op het handelen van de regering gebeurt op de volgende manier.

  1. Toezicht van de Staten. Dit kan plaatsvinden in het overleg tussen Staten en regering tijdens de totstandkoming van regelgeving. Het kan gebeuren door het vragen van inlichtingen en het stellen van mondelinge en schriftelijke vragen door Statenleden aan de minister. Tevens kan gebruik worden gemaakt van het recht van enquête, het recht van amendement en het begrotingsrecht;
  2. Controle door de Algemene Rekenkamer;
  3. Controle door de (administratieve) rechter;
  4. Controle door openbaarheid en inspraak;
  5. Hoger toezicht. Het Land kan verplicht worden medewerking te verlenen aan regelingen van een hoger orgaan (Koninkrijk);

Door de verwachte wijzigingen in de staatkundige structuur van de Nederlandse Antillen, kunnen er mogelijk ook veranderingen plaats vinden in het bestuur van Aruba. De tijd zal leren welke veranderingen dat zullen zijn.

Terug naar boven

Bron:

  • Aller van H.B., 2005, Overzicht Staatkundige Geschiedenis Nederlandse Antillen en Aruba 1634 – 2006, Aruba.

Terug naar boven